Maandelijks archief: november 2015

Slecht laag (en hoog)

equalizer

Wie herinnert zich niet die basversterkers die pas een redelijk geluid voortbrachten als je de equalizer instelde zoals op bovenstaande foto? Of misschien heb je nog steeds apparatuur waar dat moet, omdat die anders een afgrijselijk  middengeneuzel  produceert?

Lang geleden had ik dat ook, en merkwaardig genoeg dacht ik toen dat dat zo hoorde.  Nu ik alweer bijna 25 jaar professioneel basversterkers en luidsprekers bouw weet ik wel beter. Waarom moest je toch die equalizer een dergelijke preset geven?  Het antwoord is heel simpel: als je dat niet deed kreeg je een frequentiespectrum dat er ongeveer zo uit zag:

bad sound

Door die rare preset van de equalizer  kon je die vreemde curve van je installatie een beetje rechttrekken. Maar dat hoor je altijd: t klonk niet mooi. Hoe kwamen (en helaas ook komen) die bassets aan zo’n slechte respons? Dat was vroeger vaak een gebrek aan technische mogelijkheden om versterking met een rechte respons mogelijk te maken. Het hoog moeten compenseren is vaak het gevolg van verkeerde luidsprekerkeuze. In de jaren ’60 en ’70 moest men het doen met luidsprekers die eigenlijk ontworpen waren voor gitaarversterking of andere doeleinden. Hetzelfde euvel deed zich voor aan de baskant: zeer lage tonen werden vaak onvoldoende goed weergegeven door de gebruikte luidsprekers. Er waren domweg in vroegere jaren geen goede luidsprekers beschikbaar voor het weergeven van basgitaar en contrabas.

2x6 2x6

Dat is momenteel wel anders. Je kunt momenteel de luidsprekers als het ware krijgen zoals je je wilt. Binnen bepaalde grenzen dan wel. Zo gebruiken we in de Hevos 2×6 combo en luidsprekerkast 2 stuks 6” luidsprekers die met gemak de lage E van een bas kunnen weergeven. Dat was 20 jaar geleden nog onmogelijk.   Alles hangt af van de zogenaamde Thiele-Small parameters, de elektroakoestische eigenschappen van de luidspreker.  Hieronder zie je een lijstje van die parameters voor een willekeurige luidspreker.

ts

Bij die Thiele Small parameters horen optimale kastafmetingen. Als het goed is wordt elke kast gedimensioneerd op basis van die parameters. Elke luidspreker heeft dus bijbehorende kastafmetingen; je kunt daarom nooit de ene luidspreker door een andere vervangen louter op basis van zijn afmetingen.  De gevolgen voor de kwaliteit van het geluid zijn vaak erg groot.

O.k., maar waarom hebben sommige moderne versterkers  dan toch een soort van preset nodig om goed te kunnen klinken? Dat heeft te maken met de eigenschappen van die versterker, en soms ook van de bijgeleverde luidsprekers.  En dat betekent dus altijd dat er iets niet deugt. Te weinig hoog (maar dat is vaak ondervangen met een piezo tweeter; klinkt vaak niet fraai maar o.k.) en te weinig laag.  Dat te weinig laag kan liggen aan een goedkope basluidspreker. Dat komt maar al te vaak voor. Goede basluidsprekers zijn nooit goedkoop, want die hebben een sterke magneet. En dat is kostbaar. Dus wordt er bezuinigd op de magneet, en wat gefoeteld met de afstemming van de reflexpoort om t toch nog redelijk te laten klinken. Zie voor dat laatste het artikel van 2 november j.l.

400D schuin nieuw

Maar ook versterkers kunnen problemen geven. Als een versterker een lage toon moet weergeven trekt hij erg veel stroom. Die grote stroom moet voor een bepaalde tijd geleverd worden door de voeding van de versterker. Die voeding moet dat aan kunnen, moet zo gedimensioneerd zijn dat er gedurende enige tijd veel stroom geleverd kan worden. En daar wringt de schoen bij een aantal basversterkers.  Een zwaar gedimensioneerde voeding is namelijk het kostbaarste onderdeel van een versterker, en dus ideaal om op te bezuinigen. En dat gebeurt vaak, geloof me. Dan maakt het niet uit of je een conventionele voeding hebt met een trafo, of een geschakelde voeding. In beide gevallen is een ruim gedimensioneerde voeding kostbaar.  Viola, daar zit het kwaad. Soms lees je wel eens dat je als bassist een laagfilter moet gebruiken om je versterker ‘strak’  te laten klinken. Wees dan op je hoede, want wat je dan doet is die stroomtrekkende sub-lage tonen eruit filteren, zodat de versterker toch redelijk blijft klinken. It’s all a matter of money…

geschakelde voeding

Power 2×10/2×10

2x10 2x10

Power 2×10/2×10, wolf in schaapskleren. 1600 Watt continu belastbaar, 40 Hz-20 kHz (5-string compatible), set is 84 cms hoog,  elke kast weegt maximaal 22 kg. Extreem strakke en krachtige basweergave, transparant geluid.   Als je van je bas houdt , dan hou je van deze Hevos Power set.

Lees meer hier

Basreflex kasten zijn superieur

Hevos gebruikt voor al zijn luidsprekers kasten van het type basreflex. Een basreflexkast is een luidsprekerkast met een zogenaamde poort of tunnel. Deze poort zit meestal aan de voorzijde (soms aan de achterzijde) en verbindt het inwendige van de kast met de buitenlucht. Hieronder is een schematische doorsnede van een Hevos basreflexkast. Onder in de kast is de poort of “vent”  te zien. Die vormt bij Hevoskasten één geheel met de kast.

doorsnede basreflex

Ten onrechte wordt wel gemeend dat een basreflexpoort er slechts zorg voor draagt dat de geluidsenergie (=bewegende lucht) binnen in de kast “er uit kan”. De werkelijkheid is wat ingewikkelder. De luchthoeveelheid in de poort wordt bij een bepaalde frequentie “aangestoten” door de geluidsenergie die aan de achterzijde van de luidspreker vrijkomt, en gaat dan resoneren. De kunst is om deze luchtmassa op het juiste moment en op de juiste frequentie in trilling te brengen. Daarbij zijn de plaatsing van de poort en de doorsnede en de diepte van de poort bepalend. Binnen bepaalde grenzen kan de ontwerper zelf bepalen op welke frequentie de poort getuned is. Lees verder